Wapens
Margaretha Hardenberg, vrouw van Adriaan Geerts Wildervank, viel op een hete zomerdag tijdens een wandeling op de heide in slaap. Toen zij wakker werd zag zij tot haar schrik dat een adder zich om haar arm kronkelde. Omdat zij elk ogenblik de dodelijke beet verwachtte, legde ze in doodsangst de belofte af om op die plaats een kerk te laten bouwen, indien ze gespaard bleef. Het reptiel gleed vervolgens van haar arm en verdween in de heide. In 1659 werd begonnen met de bouw van de Nederlands Hervormde kerk.
Het oorspronkelijke gezamenlijke kerspelzegel, dat de twee dorpen Veendam en Wildervank in 1657 kregen, herinnert aan deze legende.
Krachtens ordonnantie van Burgemeesteren en Raad der stad Groningen werden in het Oldambt de meeste verzegelingen betreffende koop, verkoop, huwelijksvoorwaarden, testamenten enz. gepasseerd voor de predikanten, bijgestaan door twee kerkvoogden.
Toen de nieuwe nederzetting omvangrijker begon te worden, ontstond de behoefte om de bovengenoemde akten in eigen omgeving te kunnen passeren. De reismogelijkheden naar Meeden en Zuidbroek waren ook niet altijd even gunstig. Waarschijnlijk op aandringen van de predikanten, die aan het opmaken van deze akten een bijverdienste hadden, ging er een verzoekschrift naar Groningen. Als gevolg daarvan namen Burgemeesteren en Raad de volgende resolutie:
Het hoofdmotief is de olijftak, het symbool van deugd of van vreugde, die belaagd wordt door een adder, de enige ter plaatse voorkomende slang, waarvan de betekenis uit het paradijsverhaal voldoende bekend is. Het geheel gaat vergezeld van een lelie, het teken der reinheid van de geest, van de verhevene. Het wapen toont ons dus een van de vele variaties op de paradijsboom, waarvan er in de heraldiek voorbeelden te over zijn.
Zoals uit het hovenstaande blijkt, moet de adder worden afgebeeld met de kop naar de tak gekeerd en niet, zoals vaak voorkomt, in tegenovergestelde richting. In dit laatste geval wordt, overeenkomstig de sage, de vrouw (en arm) bedreigt en niet de palmtak.
De officiële naam van het kerspel "Veendam ende Wildervanck", werd als randschrift op bet verleende zegel aangebracht. De naam van de dochterplaats Veendam, in gebruik genomen in 1655, kreeg dus reeds twee jaren na zijn ontstaan de voorrang hoven de naam van de moederplaats Wildervank, waarvan de naam al in 1649 werd vermeld.
De kolonie groeide; er werd een scheiding gemaakt tussen beide plaatsen en sinds 25 oktober 1687 was de predikant van Wildervank, evenals die van Veendam, zelfstandig als verzegelaar werkzaam. Wildervank werd ten onrechte als een afscheiding beschouwd en kreeg een eigen zegel. Veendam behield het oude. De Veendammers hebben daarmee wel een bijnaam gekregen van de Wildervanksters: “woap'ndaivm” oftewel "wapendieven".
De kerkelijke gemeenten werden blijkens het doopboek van Veendam tussen 20 februari en 3 maart 1702 gescheiden, waarbij de Wildervankster gemeente eveneens als dochtergemeente werd aangemerkt.
Sinds de zelfstandigheid in 1687 had eerst het kerspel en later de gemeente Wildervank gebruik gemaakt van een zegel met daarop een afbeelding van de plaatselijke kerk. In 1889 begon de toenmalige burgemeester Eelse Alles Kingma met de aanvraag van een wapen. Hij raadpleegde J.A. Feith, rijksarchivaris in Groningen en afstammeling van Adriaan Geerts Wildervanck. Om de kerk uit het zegel te gebruiken leek niet geschikt, “aangezien er al zoveel wapens met een kerk waren”. Hij stelde voor om Adriaan Geerts Wildervanck op te nemen in het wapen, afgebeeld als vervener. Als voorbeeld nam hij het schilderij van Mancadan, waarop Wildervanck voor kwam. De burgemeester vond het een goed idee en liet Feith een ontwerp maken:

De Hoge Raad van Adel vond het logischer om de persoon als schildhouder af te beelden, en zo werd in 1890 het wapen verleend:
I : 28 juni 1890
"In zilver een stapel turven van sabel op een terras van sinopel. Als schildhouder ter rechterzijde een persoon met het gelaat, de handen, het ondergedeelte der beenen van natuurlijke kleur, gekleed in wambuis, broek, hoed en schoenen van sabel, met de rechterhand steunende op eene vervenersspade van zilver, met steel van bruine kleur en met de linkerhand het schild vasthoudend."

"In zilver een stapel turven van sabel op een terras van sinopel. Als schildhouder ter rechterzijde een persoon met het gelaat, de handen, het ondergedeelte der beenen van natuurlijke kleur, gekleed in wambuis, broek, hoed en schoenen van sabel, met de rechterhand steunende op eene vervenersspade van zilver, met steel van bruine kleur en met de linkerhand het schild vasthoudend."

De burgerlijke gemeente Veendam bedient zich van een wapen, dat zijn figuren heeft ontleend aan het oude kerspelzegel:
I : 30 januari 1872
"Van lazuur beladen met een arm en hand van natuurlijke kleur, komende uit eenen wolk en houdende eene olijftak van sinopel, waaruit eene adder van natuurlijke kleur, gaande over den arm; boven den arm een lelie van goud."
"Van lazuur beladen met een arm en hand van natuurlijke kleur, komende uit eenen wolk en houdende eene olijftak van sinopel, waaruit eene adder van natuurlijke kleur, gaande over den arm; boven den arm een lelie van goud."
Bronnen:
- Pathuis, A., Groninger volksalmanak 1941
- Nederlandse gemeentewapens; http://www.ngw.nl/heraldrywiki/index.php?title=Wildervank
- Nederlandse gemeentewapens; http://www.ngw.nl/heraldrywiki/index.php?title=Veendam


